Via Las Vegas terug naar Los Angeles
24 mei 2024 - Redondo Beach, California, Verenigde Staten
Zaterdag 18 mei : Even bijkomen
We hebben behoefte aan een paar dagen bijkomen van alle indrukken die we hebben opgedaan. Er moeten een paar campgrounds zijn aan het Navajo Lake bij Duck Creek Village. Op weg ernaartoe komen we steeds hoger en hoger. Op een gegeven moment zitten we in de sneeuw. De weg is vrij, maar om ons heen lijkt het wel een wintersportgebied. Het meer is op diverse plekken bevroren. Dat worden koude nachten. Helaas blijken alle campgrounds gesloten. Het seizoen is nog niet begonnen.
Verder rijden dan maar. We doen nog even boodschappen in Cedar City en daar hebben we nog even Internet bereik en kunnen we iets anders zoeken. We vinden een fijne camping in Pine Valley, midden in de natuur. Slechts 14 plekken en een actief echtpaar dat daar boel schoonhoudt. Er zitten beren en ratelslangen die we gelukkig niet tegenkomen, maar de reetjes komen tot vlak voor onze picknicktafel. We blijven tot de 20ste. Even bijkomen.
Maandag 20 mei : Zion, een gekkenhuis
Weer helemaal fris rijden we naar Zion om dit park te bezoeken. Het is maandag, geen feestdag, en we zijn er vroeg, 9h00. Ruim een kilometer voor de ingang wordt al geparkeerd en rijden shuttlebussen afgeladen vol naar het park. Wij rijden door en komen om in de menigte. We kijken elkaar aan. Nu al duizenden mensen en er komen nog busladingen aan. “Willen we dit?”. Nee dus. We hebben al zoveel mooie parken gezien. Dit park gaat ten onder aan zijn succes. We maken rechtsomkeer en pakken een weg iets noordelijker om te kijken of daar nog wat van het moois te zien is. Natuurlijk is het weer mooi, maar er zijn geen specifieke Zion bezienswaardigheden te zien. Dan maar vast een eind op weg naar het andere gekkenhuis: Las Vegas. Aan het Lake Mead even voorbij Overton staan we een nachtje wild.
Dinsdag 21 mei : Las Vegas
Tegen de middag komen we aan bij het hotel in Las Vegas. Ineke had al contact gehad met het hotel dat onze auto waarschijnlijk te hoog is voor de parking. Geen probleem, dan moeten we ons even bij Valet Parking melden. Dus wij naar Valet Parking. De Valet kijkt me meewarig aan. Die auto is veel te hoog, die raakt ie nergens kwijt. Wat nu? Ga maar binnen vragen. Ineke naar binnen. Oversized car? Dan moet je bij Valet zijn. Ja daar kom ik net vandaan. Dan moet u bij de security vragen voor een oplossing. Bij de security: Niemand aanwezig en 4 wachtenden voor u. Uiteindelijk na een minuut of 20 kwam er een enorm aardige security officer die de auto zelf wel wilde zien.
Tja, dat was inderdaad hoog. Enige oplossing: ergens in Vegas een parking huren waar ie wel in past. Dat gaat gauw 100 dollar kosten. Dan maar geen Las Vegas -bezoek. Hij ging nog even verder bellen. Hij vond toestemming om een nacht te parkeren op een hoge plek waar je normaal maar 15 minuten mag staan. Helaas! Toch nog 25 cm te laag. Uiteindelijk ging ie weer naar de Valet parking en daar kreeg hij het voor elkaar dat we een nacht op de achterste plaats van de Valet parking mochten staan. Kosten: 5 dollar Valet kosten en 20 dollar Tip.
Het is nog te vroeg om in te checken en nu onze auto goed beheerd staat kunnen we onze waardevolle spullen in de camper laten en storten we ons in het Las Vegas gewoel. We staan vlak bij de Eiffeltoren en lopen vandaar naar Venetië. Het is warm en druk en erg leuk om rond te lopen.
Onderweg kopen we allebei een petje. De onze liggen nog in de camper en de zon brandt stevig op onze hoofden. We kijken onze ogen uit. Met name in Venetië. Mooie barokke plafondschilderingen, romantische straatlantaarns, heerlijk ijs, gondels met luid zingende gondeliers die af en toe vergeten in het water te roeren, zodat je duidelijk kunt zien dat ze aan een kabel door het kanaal getrokken worden. Alles nep, maar werkelijk schitterend. (ZIE VIDEO)
We willen terug naar het hotel om in te checken. Er gaat een bus, we besluiten die te nemen want onze bejaarde voetjes beginnen moe te worden. Het is druk bij de bushalte. Als de dubbeldekker aankomt roep de chauffeur al meteen dat ze vol zit en dat er maar een paar mensen mee kunnen. Dus doen we stoer en maken we toch maar de wandeling terug. We worden beloond, want als we langs de fontein bij Bellagio wandelen begint net de show.
Aangekomen in het hotel hebben we nog een probleem met de sleutelkaart. We stoppen de kaart in de gleuf en het lampje gaat op rood. Andere kaart proberen: zelfde probleem. Ineke naar beneden. Nieuwe kaarten mee. Weer rood. Tweede keer 10 etages met de lift naar beneden. Misschien hebben de kaarten te dicht bij onze telefoon gelegen? Dan is er iets verstoord. De mevrouw aan de balie geeft weer twee nieuwe kaarten en gebruikt nu een andere computer om ze op te laden. Vol goede moed weer naar boven. In elke hand een kaart, ver weg van elkaar, telefoons en bankkaarten. Nu kan het niet meer misgaan. Nee hoor, rood lampje. Weer naar beneden: nu maar om assistentie vragen. Er zal iets kapot zijn aan het slot. Met wederom een aardige man van de security naar boven met opnieuw opgeladen kaarten. Piet zit nog steeds met tassen op het bankje in de gang bij de kamerdeur en is inmiddels bijna bevroren. De Airco staat volop kou te blazen. De man van de security stopt de kaart in de gleuf, trekt hem er meteen weer uit en hopla! Groen en de deur kan open. Tja… Dat wisten we niet. We lieten de kaart in de gleuf zitten om te wachten tot het sein groen gegeven zou worden. En dat werd dan rood. We voelen ons super dom. Wat zullen ze gelachen hebben toen hij beneden het verhaal van de domme Hollanders vertelde.
Via Booking hebben we een kamer geboekt voor nog geen 90 euro. Als we naar binnen gaan blijkt het een 4 persoons suite. Ruime zitkamer met uitgebreide keukenhoek voorzien van vaatwasser, elektrische fornuis en magnetron. Een slaapkamer met 2 kingsize bedden, een dressingroom, een ruime badkamer met WC, en een toiletruimte met WC en uitgebreide wastafel. Het uitzicht is daarentegen 0 en dan ook echt helemaal niks. We keken rechtstreeks tegen een muur.
We geven onze voeten even rust en installeren onze spullen. Om een uur of 6 begeven we ons weer op straat. Nu willen we naar Down-Town Las Vegas. Daar is een Art District. We nemen de bus.
Op een gegeven moment rijden we Las Vegas uit. Hè? Vliegveld? Tja, de domme Hollanders rijden de verkeerde kant op. Hahahahaha. We stappen uit bij de volgende halte en stappen aan de andere kant weer in. Na ruim een half uur zijn we weer waar we begonnen, bij ons hotel. Nu rijden we verder de andere kant op, de hele strip weer af, vervolgens langs allerlei kapelletjes waar we kunnen trouwen. De omgeving wordt steeds grimmiger en ongezelliger. Het nodigt niet uit om hier rond te gaan wandelen. Misschien overdag, maar nu zeker niet. Maar er zitten nog steeds mensen in de bus. Waar gaan die dan naartoe? Ineens stapt iedereen uit. Wij ook maar. En dan staan we midden in de Fremont Street Experience. Een grote lange overdekte straat vol met straatartiesten: bandjes, tekenaars, dj’s, living statues, mooie halfnaakte mannen en vrouwen waarmee je op de foto kunt, lange bars met drank, en diverse eettentjes. Een grote gekte van beweging en geluid. Maar het meest indrukwekkende bevindt zich boven ons hoofd. Een enorme led overkapping waar over de hele lengte constant projecties op te zien zijn (ZIE VIDEO). En vlak onder die overkapping een zip-line waar je op je buik in een harnas hangt en met een rotvaart van de ene kant naar de andere kant vliegt. (ZIE VIDEO'S)
We drinken een biertje en eten een pizzapunt en zoeken na een uur rondgewandeld te hebben de bus terug naar het hotel. We kijken hier nog even naar de fontein-show, die inmiddels ook prachtig verlicht is. (ZIE VIDEO) Doodmoe en na 12 km gewandeld te hebben vandaag, duiken we ons bed in.
Woensdag 22 mei : Death Valley
De laatste dag van deze trip. We halen de camper op en verlaten Las Vegas in Westelijke richting. We nemen een klein stukje snelweg en rijden al vrij snel over de 178 richting Death Valley. Na vele kilometers stevig dalen beginnen de zoutmeren zichtbaar te worden. Eerst nog kleine stukjes, maar al snel lijken we tegen grote bevroren meren aan te kijken. Enorme sneeuwvlaktes van zout. We komen bijna niemand tegen tot we bij het diepste punt van de USA beland zijn. Bij “Badwater” ligt het zoutmeer op een diepte van zo’n 86 meter onder zeeniveau. Hier is het beduidend drukker. Vanaf de andere kant komen de mensen naar dit punt rijden om vervolgens weer terug te gaan. Het is een gekke ervaring om mensen in korte broeken en blote jurken over het ‘ijs’ te zien wandelen. Je verwacht schaatsen en ski’s met wollen mutsen, wanten en sjaals, maar het is 42 graden en waait hard.
We verlaten Death Valley en rijden Panamint Valley in. Britt heeft ons attent gemaakt op een raar natuurverschijnsel bij Trona: de Trona Pinnacles. Maar we hebben geen bereik en we weten niet meer of daar ook een campgrounds is. We zien de Pinnacles vanuit de verte liggen en er is inderdaad een campground, maar of ie open is? Het is nog 6 miles rijden over een zanderige weg en dat durven we niet aan. Dus verder rijden dan maar. We weten dat er bij Isabella Lake een aantal campgrounds zijn. Dat is nog anderhalf uur rijden en wellicht komen we onderweg nog iets tegen waar we wild kunnen staan en waar het iets minder heet is. Na ongeveer een uur komen we voorbij Ridgecrest en net aan de westkant van de Highway 14 op de Walker Pass vinden we een hele kleine campground, Drie plekken voor een auto en verder alleen maar plekken voor wandelaars en paardrijders. Als we ons geïnstalleerd hebben en net aan het koken zijn, komt er een jongeman met volle bepakking aanlopen. Het is een Engelsman onderweg van Mexico naar Canada (????) en aan het eind van zijn Latijn. Piet pakt een stoel voor hem. De jongen trekt zijn schoenen uit en slippers aan. We stellen hem voor zijn tentje op te zetten. Hij kan mee-eten en we geven hem een biertje. Het biertje wordt geaccepteerd, maar hij wil verder. Hij besluit een stuk te gaan liften naar Ridgecrest, want daar moeten vrienden zijn.
Donderdag 23 mei : Weer naar Redondo Beach
De volgende ochtend wordt er op de plek naast ons een grote partytent opgezet. Wat nu weer? Een man pakt allemaal eten en drinken uit. Al snel komt er weer een wandelaar met rugzak aan en weer een en weer een. Het blijkt dat we op een bekende wandelroute van Mexico naar Canada zitten, de “Pacific Trail”. Deze route kun je lopen of per paard afleggen. De man in kwestie gaat van tijd tot tijd als een soort oase op deze campground staan om mensen wat te laten drinken of eten. Geheel vrijwillig. Als we vragen hoelang je er over doet om zo’n reis te lopen is het antwoord: 5 tot 6 maanden. Gelukkig kun je ook kleinere stukjes doen. We stappen weer in en gaan de laatste etappe rijden.
Om even over 12 staan we bij Jan en Britt voor de deur. We laden de camper leeg en net als we klaar zijn komt Britt thuis voor de lunch. Gezellig! Aan het eind van de middag brengen we de camper terug naar het verhuurbedrijf.
Het eerste deel van de reis zit erop. Nu een paar dagen pauze en dan woensdag naar deel twee : Yosemity, Sequoia, San Francisco en de Pacific highway.
HET AVONTUUR IS NOG NIET VOORBIJ.
























faciliteiten in Las Vegas en onderweg minimaal waren. Mooie accomodatie
in hptel in Las Vegas, maar ik mis een gokje in één van de vele casino's.
Mooie video
Nu lekker bijkomen bij Jan en Britt.
Doe hen de hart. groeten.
Ook wij genieten volop van julie reisverhaal xx
Wel heel stoer hoe jullie reizen.